Der Kurs
Niederländische Vokabeln und Grammatik
Die 12 Lektionen
-
1
Niederländische Vokabeln 4 (99 Karten)damals, seinerzeit: destijds, heimlich, hinterhältig: stiekem, verstreichen: verstrijken, Sandkorn: het zandkorreltje, verwerfen: verwerpen, zugleich: tegelijkertijd, Elch: de eland, klebrig: kleverig, fassungslos sein: van streek zijn, im Stich lassen: in steek laten, die Anerkennung: de ... -
2
-
3
-
4
Niederländische Vokabeln___Einkaufen___Artikel 2 (59 Karten)Bonbons: de snoepjes, Brot: het brood, Graubrot: het bruinbrood, Schwarzbrot: het roggebrood, Weißbrot: het wittebrood, Brötchen: de broodjes de kadetjes, belegte Brötchen: belegde broodjes, Eis: het ijs, Kekse: de koekjes, Kuchen: de taart, Marmelade: de jam, Pralinen: de bonbons, Schokoriegel: ... -
5
Niederländisch, Grammatik, Plural (80 Karten)de zonnebril: de zonnebrillen, de maan: de manen, de man: de mannen, de neef: de neven, de dief: de dieven, de prijs: de prijzen, het huis: de huizen, de laars: de laarzen, de hals: de halzen, de dans: de dansen, de eis: de eisen, de kaars: de kaarsen, de kans: de kansen, de kers: de kersen, de ... - Alle 12 Lektionen anzeigen
Informationen
Kurs erstellt von: shunryo71 am 6. Juli 2007, 13:02 Uhr.
Lektionen erstellt von: shunryo71.
Zuletzt geändert von: shunryo71 am 18. Juli 2007, 20:13 Uhr.
Bearbeiten darf: Jeder Pro-Benutzer.
Wird zur Zeit gelernt von: shunryo71, micha-krefeld, Heidi2810, Peter3300, trekkie24 und 187 weiteren Personen.
Der Kurs enthält: 12 Lektionen: 12 Karteien.

Kommentare
Bis jetzt noch keine Kommentare.
Kommentieren
Nur angemeldete Benutzer können Kommentare schreiben. Jetzt kostenlos anmelden!